© STEVAN_LIRA

De kastelen bezoeken

De Vallée du Loir telt maarliefst 140 kastelen en landhuizen, van particulieren eigenaren en die nog bewoond zijn. Dit zijn eerder mooie jachthuizen dan middeleeuwse forten, en ze zijn genesteld in het hart van grote parken en tuinen. Veel van deze woningen werden herbouwd na de Honderdjarige Oorlog, in de tweede helft van de 15e eeuw en tijdens de Renaissance.  Deze grote landgoederen van wit tufsteen of breuksteen bedekt met een okerkleurige deklaag van kalk en zand, hebben meestal een dak van leisteen en staan in  de buurt van voormalige grote wegen of kruispunten of aan de oevers van de Loir. Met een onweerstaanbare look als extraatje.

Château du Lude

Dit kasteel wordt als het meest noordelijke Loirekasteel beschouwd en is een van de zeldzame grote kastelen dat nog bewoond wordt, door een familie die het al 260 jaar in bezit heeft. Het is een kostbare getuige van vier eeuwen aan Franse architectuur: het oorspronkelijke verdedigingswerk werd door de tijd heen een elegante woning in de Renaissance en in de klassieke periode.  Jong en oud zullen hier hun ogen uitkijken in het labyrint, de paardenstallen, de kelderverdiepingen, de keukens, de bibliotheek  … Tijdens de wandeling komt u zoveel mooie dingen tegen.

 

Château de Poncé sur le Loir

Het Château de Poncé is gemaakt van tufsteen, in pure Renaissancestijl en doet denken aan het kasteel van Azay-le-Rideau. Het voor die periode kenmerkende centrale trappenhuis is voorzien van rechte trappen met overlopen en een opvallend gebeeldhouwd cassetteplafond. Achter dit kasteel verbergt zich een enorm bouwwerk met drie verdiepingen: het terras Caroline.

 

 

Château de Bazouges

Achter zijn uiterlijk van een middeleeuws fort heeft het Château de Bazouges-sur-le-Loir iets zachts en romantisch, ongetwijfeld dankzij de Italiaanse tuinen en zijn prachtige cederboom, geplant in de periode van Karel X.